Mijn twee grote angsten? Hoogtes en mensenmassa’s. Dus eindig ik uiteraard in Tarragona, midden in de fundering van een menselijke toren. Drie dagen later snap ik waarom duizenden Catalanen dit vrijwillig doen, waarom ze twee keer per week trainen voor iets wat absoluut geen sport genoemd mag worden en waarom een Deense groep volwassen mensen staat te huilen nadat ze zeven verdiepingen hoog zijn gekomen.
Er zit een hand op mijn zij. Ergens ter hoogte van mijn heup voel ik er nog eentje en over wat er tegen mijn derrière duwt, ga ik uit zelfbescherming geen verdere vragen stellen. Mijn persoonlijke ruimte is ondertussen officieel opgeheven. Rond mij staan tientallen mensen zo dicht op elkaar gepropt dat ik mijn eigen voeten niet meer kan zien, laat staan bewegen. Warm ook. Gezellig warm, tot je beseft dat er straks nog een menselijke toren bovenop komt.
Ik sta in een pinya, de brede mensenmassa die de basis vormt van een castell. Mijn instructies zijn eenvoudig: voeten stevig, rug recht, armen omhoog, vooral niet beginnen improviseren. De mensen rondom mij duwen zich nog wat dichter tegen elkaar, een laatste gaatje wordt gevuld en ergens boven mijn hoofd hoor ik stemmen. Zien doe ik niets. Ik weet dat er mensen omhoog klimmen omdat het gewicht langzaam toeneemt en omdat mijn neus ondertussen ongeveer in de nek van mijn voorbuurman zit.
Dan beginnen de gralles (soort trompetjes) te spelen. Het schrille geluid snijdt door de massa en verandert de sfeer plots. De muziek is geen folkloristisch sausje voor de toeristen, ze volgt de bouw van de toren. Wie onderaan staat, kan amper zien wat er enkele verdiepingen hoger gebeurt. Horen des te beter. De melodie vertelt ons dus hoe ver ze zijn.
Mijn armen beginnen moe te worden. Er komt nog meer druk. Iemand roept iets wat ik niet versta. De muziek gaat verder en ik bedenk dat castells eigenlijk mijn twee grootste angsten combineren in één Catalaanse traditie: mensenmassa’s en hoogtevrees. Alleen sta ik voor één keer aan de veilige kant van die vergelijking. Ik ben vooral heel blij dat niemand van plan is mij naar boven te sturen.
Zaterdag om elf uur zouden internationale colles uit onder meer Londen, Parijs, Madrid, Kopenhagen, Andorra en Chili menselijke torens bouwen op Plaça de la Font. Zondag om tien uur volgde de grote finale van het Concurs de Castells in de Tarraco Arena, met de twaalf beste Catalaanse groepen. HumanTowersProgramme2026. Door de hevige regenval moest er wat geschoven worden met locaties en timings, maar de torens gingen omhoog.
Dat Concurs is trouwens een buitenbeentje. Castells zijn normaal helemaal geen wedstrijd. Colles komen samen op pleinen, bouwen de constructies waarvoor ze getraind hebben en proberen vooral hun eigen grenzen te verleggen. Geen medailles, geen podiumdrang, niet voortdurend kijken of de buurman twee centimeter hoger geraakt. Het tweejaarlijkse Concurs in Tarragona gooit dat principe één weekend overboord. Hier zijn er punten, tactiek, een jury en uiteindelijk wel degelijk een winnaar.
Om uit te leggen waarom dat voor Catalanen allemaal zoveel belangrijker is dan een torentje bouwen, heb ik Vicent Partal nodig. Vicent is zelf fervent casteller en thuis in de castellerwereld van Valls, zowat ground zero voor menselijke architectuur.
Laat ons bij het begin beginnen. Wat is een castell eigenlijk?
“Een menselijke toren, uiteraard, maar eigenlijk zegt dat maar een klein deel. Je bouwt hem op met een colla, een groep waarin iedereen een functie heeft. Onderaan heb je de pinya, daarboven groeit de structuur en bovenaan zitten de kleinste castellers. Alles draait rond vier klassieke waarden: força, equilibri, valor i seny. Kracht, evenwicht, moed en gezond verstand. Je hebt ze alle vier nodig, want alleen sterk zijn brengt je niet ver.”
Waar komt die traditie vandaan?
“De moderne castellcultuur is sterk verbonden met Valls. Daar groeide het bouwen uit tot iets op zichzelf en begonnen verschillende groepen steeds moeilijkere constructies te maken. Dat gaat ondertussen generaties terug. Je wordt hier soms bijna in een colla geboren. Families zitten er al jaren in en kinderen groeien ermee op.”
Het Concurs zelf bestaat ook al een tijdje. De eerste editie in Tarragona werd in 1932 gehouden, met niemand minder dan cellist Pau Casals als grote castellsfan en juryvoorzitter. Dat geeft toch een ander beeld dan mijn eerste mentale omschrijving: Catalanen die op een dorpsfeest besloten dat ladders voor losers waren.
Jullie zeggen opvallend vaak dat castells géén sport zijn. Terwijl jullie wel minstens twee keer per week trainen.
“Dat klopt.” [lacht] “Er zitten absoluut sportieve elementen in. Je moet trainen, je moet technisch goed zijn, mensen moeten fit zijn. Maar de bedoeling is anders. Castells zijn cultuur en gemeenschap. Normaal probeer je niet iemand anders te verslaan. Een goede dag is een dag waarop je als colla bereikt wat je zelf wilde bereiken.”
Sinds de jaren tachtig veranderde die wereld trouwens stevig toen ook vrouwen volop begonnen mee te bouwen. Niet in aparte vrouwenteams, maar gewoon gemengd. Lichtere lichamen bleken bovendien interessant hoger in de constructie. Traditie mag oud zijn, dat betekent niet dat ze stil moet blijven staan.
En waarom betekent zo’n colla zoveel voor mensen?
“Voor veel castellers is dit hun gemeenschap. Je komt hier niet alleen twee keer per week trainen en gaat daarna naar huis. Mensen helpen elkaar. Als jij iets nodig hebt, staat de groep klaar, maar er wordt ook verwacht dat jij er staat wanneer iemand anders hulp nodig heeft. De derde helft is minstens even belangrijk. Samen eten, iets drinken, blijven hangen. Dat sociale is enorm belangrijk.”
Zelfs relaties draaien makkelijker wanneer beide partners casteller zijn, vertelt hij. Wie zelf in die wereld zit, snapt waarom een bepaalde toren al weken thuis aan tafel besproken wordt, waarom iemand plots zenuwachtig rondloopt voor een optreden en waarom “ik ben na de training nog eentje gaan drinken” hier blijkbaar een heel rekbaar tijdsbegrip is.
En die kleuren? Gewoon handig om elkaar terug te vinden?
“Veel meer dan dat. Het hemd is de identiteit van de colla. Mensen herkennen elkaar eraan en zijn er enorm trots op. In Valls kan de rivaliteit tussen groepen behoorlijk stevig zijn. Dat zit in families, in vriendenkringen, soms zelfs bij kinderen op school.”
In Valls kan die rivaliteit volgens verhalen ter plaatse serieus oplopen. Discussies, ruzies en in extreme gevallen zelfs politie die groepen uit elkaar moet houden. Wie denkt dat volkscultuur automatisch betekent dat iedereen samen vredig een volksdansje doet, heeft duidelijk nog nooit twee castellers uit rivaliserende colles na een paar pinten over geschiedenis horen beginnen.
Zondagmiddag klaart de hemel eindelijk voldoende op en stroomt de Tarraco Arena vol. Het gebouw zelf helpt vrolijk mee aan de visuele chaos: gekleurde stoeltjes rondom, daartussen duizenden hemden in groen, roze, rood, lila, grijs, blauw en nog een paar tinten paars (yek).
De groene shirts van Castellers de Vilafranca vallen snel op. De Verds zijn de grote macht in de castellerwereld en benaderen het hele gebeuren net wat professioneler (en commerciëler) dan veel andere groepen. In Valls zie je dan weer veel roze van Colla Vella en rood van Colla Joves. Lila hoort bij Colla Jove Xiquets de Tarragona. Na een tijdje begin ik effectief teams te herkennen, wat ongeveer hetzelfde gevoel geeft als na twee dagen Japan plots het metrosysteem begrijpen. Kleine persoonlijke overwinning.
Voor de start zie je vooral zenuwen. Mensen omhelzen elkaar, de laatste faixes worden strak rond middel en onderrug gewikkeld, kinderen krijgen hun helmen op en hier en daar staart iemand minutenlang voor zich uit. Rond de arena worden groepjes groter en groter. Zodra een poging eraan komt, stroomt iedereen richting dezelfde plek en verdwijnt de vloer onder een enorme menselijke massa.
De wedstrijd telt vijf rondes. Een colla kiest welke constructie ze wil proberen en de moeilijkheid bepaalt hoeveel punten ermee te verdienen zijn. Op zondag krijgen de zwaarste constructies hun eigen moment in de arena; eenvoudigere pogingen kunnen tegelijk plaatsvinden. Het geheel lijkt daardoor soms op een kruising tussen topsport, schaken en een bijzonder ambitieuze groepsknuffel.
Een toren tot boven krijgen is bovendien maar half werk. Zodra de enxaneta bovenaan de arm heft, is de castell carregat. Daarna moet iedereen nog terug naar beneden. Pas wanneer ook dat lukt, is hij descarregat en krijg je de volle punten. Het verschil tussen beide is niet semantisch geneuzel: tijdens het afbouwen kan zo’n volledige structuur nog altijd besluiten dat zwaartekracht eigenlijk een bijzonder overtuigend argument is.
De beste drie constructies bepalen uiteindelijk je score. Dat maakt de volgorde belangrijk en zorgt ervoor dat de caps de colla (de kapiteinen) niet alleen menselijke lichamen moeten organiseren, maar ook voortdurend zitten te rekenen. Zondag blijft het spannend tot diep in de wedstrijd. Uiteindelijk winnen de groene Castellers de Vilafranca na een duel met Colla Vella, onder meer dankzij een historische 9 de 9 amb folre.
Vicent Partal ziet me ondertussen steeds meer termen opschrijven alsof ik binnen een halfuur examen moet afleggen. Tijd voor deel twee van de spoedcursus.
Hoe lees je zo’n naam als 4 de 10 eigenlijk?
“Het eerste cijfer zegt hoeveel mensen er per niveau in de hoofdstructuur staan, het tweede hoe hoog de castell is. Een 4 de 10 heeft dus vier mensen per verdieping en tien niveaus. Daarnaast kun je extra steunlagen hebben. Folre is een extra basis boven de pinya, manilles nog een niveau hoger. Hoe hoger en smaller, hoe moeilijker.”
Dat systeem gaat behoorlijk ver. Er bestaan torens met drie, vier, vijf of meer mensen per niveau, structuren met een centrale pilaar en zelfs pilars waarbij één persoon per verdieping boven op één andere staat. Maar alle combinaties zijn mogelijk, wat het puntensysteem behoorlijk complex maakt.
Dus vooraf weet je perfect wat je gaat bouwen?
“Je hebt uiteraard een plan, maar tijdens de wedstrijd moet je kunnen aanpassen. Welke castell probeer je eerst? Hoeveel zekerheid wil je? Wat doe je als een poging mislukt? Soms wil je eerst punten binnenhalen, soms moet je risico nemen. Je houdt ook rekening met vermoeidheid en met wie je later nog nodig hebt. Daarom is de volgorde zo belangrijk.”
Ofte: ze komen hier niet alleen met een faixa, maar ook met een rekenmachine.
Van beneden lijkt het nochtans vooral één grote chaos. Hoe bepaal je wie waar staat?
“Dat is helemaal geen chaos. Posities worden heel precies gekozen. Gewicht, lengte, ervaring, techniek: alles speelt mee. Tegenwoordig gebruiken sommige colles zelfs apps waarin gegevens van castellers worden bijgehouden. Zo kun je veel beter zien wie in welke positie past en wie aanwezig is op een training of optreden.”
En daar barst mijn romantische beeld van eeuwenoude volkscultuur dan toch een klein beetje. Geen vergeeld schriftje waarin opa noteert dat Jordi goed kan klimmen, maar databases met gewicht, lengte, ervaring en beschikbaarheid. Honderden mensen in traditionele hemden die op basis van data als menselijke Tetris in elkaar worden gepuzzeld. Modern times.
Wat doet iedereen onderaan eigenlijk? Gewoon zo hard mogelijk duwen?
“Net niet. Discipline is belangrijker. Je moet je houding vasthouden en doen waarvoor je getraind hebt. Als iemand beneden verkeerd beweegt, wordt dat boven veel groter. Wanneer een castell begint te vallen, mag je ook niet instinctief beginnen wegduiken. Iedereen weet hoe hij moet reageren.”
De kledij is daar helemaal op voorzien. Brillen en juwelen gaan uit, want alles wat kan blijven haken of iemand kan verwonden is ongewenst. De lange zwarte faixa rond het middel ondersteunt rug en romp en wordt door klimmers tegelijk als opstap en houvast gebruikt. De typische mocadors, de gekleurde sjaaltjes, zijn evenmin alleen folklore. Je ziet ze als steun, bescherming tegen wrijving of hier en daar zelfs als geïmproviseerde brace.
Maar er vallen toch effectief mensen naar beneden?
“Ja, natuurlijk. Een castell kan instorten en dan komt alles wat bovenaan staat naar beneden. Daarom is de pinya zo belangrijk. Die massa mensen onderaan stabiliseert de toren, maar vormt bij een val tegelijk een soort menselijke opvangzone. Je probeert vooral te vermijden dat mensen op een harde ondergrond terechtkomen.”
Vanop de tribune ziet zo’n val er behoorlijk apocalyptisch uit. Een toren begint te bewegen, iemand verliest zijn positie en een seconde later regent het castellers. Mijn eerste reflex zou in zo’n situatie waarschijnlijk zijn om zo snel mogelijk een ander postcodegebied op te zoeken. In de pinya moet je net het tegenovergestelde doen: blijven staan, je houding houden en vertrouwen op wat je tijdens de trainingen geleerd hebt.
En daar komen mensen zonder blessures uit?
“Niet altijd. Blauwe plekken en kleinere blessures horen erbij en vooral het hoofd en aangezicht zijn kwetsbaar. Daarom is er de voorbije jaren veel veranderd rond veiligheid. Maar je kunt niet elke casteller in een volledig pantser steken. Een groot deel van de bescherming blijft techniek: weten hoe je valt, hoe je iemand opvangt en vooral niet in paniek raken.”
Dat laatste klinkt vanzelfsprekend tot er pakweg honderd kilo mens in verschillende etages boven je begint te wankelen. Toch is precies die discipline een van de redenen waarom castells minder roekeloos zijn dan ze eruitzien. De spectaculaire beelden zijn echt, de risico’s ook, maar achter elke poging zitten uren training en heel duidelijke afspraken over wat iedereen moet doen wanneer het misgaat.
En die helmen bij de kinderen bovenaan?
“De bovenste kinderen dragen een helm, maar daar zit een interessante moeilijkheid in. Die helm moet natuurlijk het kind beschermen, maar ook de mensen waarop het eventueel valt. Je kunt dus niet gewoon een keiharde, zware helm maken. Dan bescherm je één persoon en maak je hem gevaarlijker voor iemand anders.”
Er wordt daarom voortdurend gezocht naar betere modellen, met bescherming voor onder meer voorhoofd, zijkanten en gezicht. Alleen heeft extra bescherming ook nadelen. Een masker dat alles afdekt maar waardoor een kind amper nog ziet waar het zijn voet moet zetten, is uiteraard ook niet meteen de veiligheidsinnovatie van de eeuw.
En hoe leer je eigenlijk over al die mensen heen klimmen zonder iemand een knie in het gezicht te geven?
“Zonder?! Impossible!” [lacht] “Veel oefenen. Je leert heel precies waar je voeten moeten staan en hoe je je gewicht verplaatst. Zo weinig mogelijk energie verspillen en de structuur zo weinig mogelijk verstoren. Voor de mensen in de toren moet elke beweging gecontroleerd zijn.”
Dat verklaart meteen waarom de beste klimmers soms bijna gewichtloos lijken. Ze kruipen niet naar boven zoals ik op een ladder naar mijn zolder klauter, half hijgend en met een knie ergens tegen een trede. Het is eerder een vaste choreografie waarbij voeten, knieën, faixes en schouders exact op het juiste moment gebruikt worden.
Bestaat er zoiets als een superstar casteller?
“Niet zoals in andere sporten. Natuurlijk zijn er mensen die bekend worden omdat ze iets uitzonderlijks deden of een bijzonder verhaal hebben. Maar de colla blijft altijd belangrijker dan één persoon. Zonder al die mensen onderaan geraakt niemand boven.”
Misschien is dat wel de mooiste samenvatting van het hele gebeuren. De meest zichtbare persoon staat helemaal bovenaan, maar kan daar alleen komen omdat honderden veel minder zichtbare mensen hun plek innemen en blijven staan.
De scène die het meest blijft hangen, speelt zich uiteindelijk niet eens af tijdens de grote finale. Zaterdagochtend staan de internationale colles aan de beurt. Door het weer niet buiten op Plaça de la Font zoals gepland, maar in een overdekte ruimte waar het geluid van trommels, geroep en applaus tegen de muren kaatst.
Xiquets de Copenhaguen probeert een 4 de 7, vier mensen per niveau en zeven verdiepingen hoog. Ze hebben er lang naartoe gewerkt, maar in Denemarken zit je met een simpel probleem: voor grotere castells heb je vooral veel volk nodig. In Tarragona krijgen ze plots een enorme pinya bij elkaar, met hulp van castellers van andere groepen.
De eerste poging wordt afgebroken. Bij de volgende gaat de toren opnieuw omhoog. Verdieping na verdieping. De kinderen verdwijnen richting plafond, de muziek versnelt en iedereen rondom kijkt alsof collectief knipperen verboden werd. En deze keer lukt het wel: hun eerste castell van zeven verdiepingen ooit. Niet alleen carregat, maar volledig descarregat.
Dan ontploft de ruimte. Mensen springen, huilen, vliegen elkaar rond de nek. Sommigen staan secondenlang gewoon wat wezenloos te kijken, alsof hun hoofd nog moet bijbenen wat hun lichaam net gedaan heeft. Geen beker, geen eerste plaats, geen geldprijs. Ze hebben gewoon de toren gebouwd die ze wilden bouwen.
En dan valt eigenlijk alles wat Joao de voorbije dagen vertelde op zijn plaats. De stress voor de poging. De handen op elkaars rug. Twee avonden per week trainen. Kinderen die leren klimmen, ouders die beneden staan, koppels die samen lid worden omdat dit anders nogal moeilijk uit te leggen valt. De muziek, de kleuren, de derde helft, het eeuwige verbeteren. Je wordt geholpen en de volgende keer help jij iemand anders. Letterlijk zelfs. Ik snap plots waarom mensen hier jaren blijven plakken.
Er bestaat trouwens ook een colla in Brussel. Dat is gevaarlijke informatie voor iemand die drie dagen eerder nog dacht dat een menselijke toren vooral iets was om vanop veilige fotografische afstand te bekijken. Hoogtevrees heb ik nog steeds en heel dol op opeengepakte mensenmassa’s ben ik evenmin geworden. Maar ergens onderaan in een pinya staan, mee gewicht dragen en een paar minuten later samen vieren omdat boven je hoofd iets gelukt is wat eigenlijk compleet onnozel leek?
Daar zit verdacht veel Tjoolaard in.
Ik was in Tarragona op persuitnodiging van Visit Catalunya en Concur Castells. Uiteraard is deze reportage louter gebaseerd op eigen ervaring, mening en research.
Méribel: Wordt golf de nieuwe bergsport? Tèk. Tèk. Tèk. Tussen het gefluit van de bergmarmotten…
Hidden Slopes: Skiën in Malbun, het Alpengeheim van Liechtenstein Skiën op een postzegel. En dat…
Winter is coming: 5 skigebieden voor deze winter De zomer heeft zijn laatste saluut gegeven,…
“Belgen praten niet zo veel hé?” Mijn gids Miguel is duidelijk nog aan het bekomen…
De romantiek van het spoor Gaat het over reizen, dan ben ik echt een romanticus.…
Dubai: Van Ezel naar Lamborghini in 50 Jaar “Ooit was dit een gigantische woestijnvlakte, waar…